Investeringscharter

Het Investeringscharter heeft betrekking op het eerste luik van de activiteiten van de FPIM. De twee andere luiken die betrekking hebben op enerzijds, de functie van overheidsholding en anderzijds, de operaties die worden uitgevoerd voor rekening van de Staat "in gedelegeerde opdracht", worden in  afzonderlijke documenten toegelicht en worden niet gepubliceerd.

1. Context

De FPIM is een naamloze vennootschap van openbaar nut waarvan het maatschappelijk kapitaal voor 100% in handen is van de Staat. De FPIM komt voort uit de fusie eind 2006 van de Federale Investeringsmaatschappij met de Federale Participatiemaatschappij.

Eén van de doelen van deze fusie was de doeltreffendheid en de samenhang van de investeringspolitiek van de Staat te versterken via de ontwikkeling van een proactief beleid terzake door de FPIM.

Daartoe heeft de FPIM een Investeringscharter opgesteld dat het kader van elke Investering van de FPIM definieert en de toepasselijke voorwaarden vastlegt waarop de FPIM zich baseert om een investering te doen, de investering te waarderen, te beheren en op te volgen

Het doel van het charter is, in het kader van de investeringsactiviteit van de FPIM, de doeltreffendheid en de samenhang van deze investeringen te stroomlijnen op basis van:

  1. een identificatie van de als strategisch beschouwde sectoren, van de objectieven en van de investeringscriteria;
  2. een betere definitie van de rol van de FPIM en van haar relaties met haar privé-partners; en
  3. een duidelijkere structuur van de keten van verantwoordelijkheden in het besluitvormingsproces.

Om de vier jaar en elke keer de noodzaak hiertoe zich laat voelen, gaat de FPIM over tot een evaluatie van de objectieven, de strategie en de tenuitvoerlegging, evenals tot een evaluatie van de werkwijze van de procedures tot stand gebracht door het Charter.

De FPIM richt zich, in samenspraak met haar aandeelhouder, op investeringen rond bepaalde strategische sectoren, met name:

  • luchtvaart en luchthaven;
  • vastgoed;
  • innovatie;
  • internationale investeringsfondsen;
  • infrastructuur;
  • duurzaamheid;
  • en netwerken.

2. Investeringscriteria

Bij haar investeringen in voormelde sectoren streeft de FPIM steeds naar een juist evenwicht tussen de financiële en maatschappelijke aspecten van de dossiers die haar voorgelegd worden. De FPIM hecht  daarnaast ook erg veel belang aan de regels van deugdelijk bestuur.

Ideaal gezien zouden deze objectieven moeten samenvallen, maar de balans van de belangen tussen de financiële verplichtingen en de maatschappelijke objectieven op middellange en lange termijn vereist dat delicate keuzes moeten gemaakt worden, met inachtneming van de algemene objectieven van de FPIM: de opdracht van de FPIM, die haar onderscheidt van andere economische spelers in dit verband, is een duidelijk en verantwoord evenwicht te vinden tussen deze objectieven.

2.1. Rentabiliteit

Uiteraard zal de rentabiliteit van de investering een belangrijk facet zijn bij de investeringsbeslissing. Ondermeer volgende criteria zullen daartoe in aanmerking genomen worden:

  • een duidelijke strategie;
  • details en geloofwaardigheid van de prognoses van de onderneming op drie tot vijf jaar, zoals opgenomen in het aan de FPIM voor te leggen financiële plan;
  • balansstructuur in overeenstemming met de marktpraktijken;
  • toepassing van regels van goed individueel, financieel en commercieel bestuur;
  • bekomen van een normale rendabiliteit;
  • dividendbeleid op korte, middellange en lange termijn.

2.2. Maatschappelijke meerwaarde

Het objectief van rentabiliteit moet echter genuanceerd worden, rekening houdend met de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de FPIM.

Ondermeer de volgende maatschappelijke criteria zullen in overweging genomen worden bij het beoordelen van een potentiële investering:

  • sociaal nut van de voortgebrachte goederen en diensten;
  • werkgelegenheidsaspecten;
  • naleving van de wetgeving en van de algemene reglementering;
  • ethische aspecten: aandacht voor de ethiek, goedkeuring van goede praktijken-codes en daadwerkelijke naleving van deze codes;
  • naleving van bepaalde milieuaspecten, zoals de deelname aan de bescherming van het leefmilieu en de toepassing van het voorzorgsprincipe tegenover de milieuproblemen of nog een rationeel energiebeleid;
  • aspecten verbonden aan de naleving van de mensenrechten van mensen die invloed ondervinden van de activiteiten van de onderneming;
  • aspecten verbonden aan de rechten van de verbruikers.

2.3. Deugdelijk bestuur

Tenslotte is de FPIM, bij de uitwerking van haar beleid inzake Investeringen, van plan zich te laten leiden door en er op toe te zien dat de betreffende ondernemingen zich laten leiden door de principes van corporate governance.

Teneinde te waarborgen dat haar diverse bestuursorganen hun verantwoordelijkheid ten opzichte van het ontwikkelde project opnemen, wordt aan elke onderneming waarin wordt geïnvesteerd gevraagd om bepaalde principes van goed bestuur in te voeren, door het aannemen, naar gelang het geval, van interne ad hoc schikkingen of codes, berustend op duidelijke en precieze werkingsregels, evenals de transparantie van deze regels en van de informatie, en deze principes na te leven.

Teneinde deel te kunnen nemen in het industriële, financiële en commerciële beheer van de onderneming waarin de FPIM investeert en teneinde de nodige opvolging te kunnen voorzien, wenst de FPIM tevens door minstens één persoon in het Bestuursorgaan van de onderneming vertegenwoordigd te zijn.

3. Beoordelingsdossier

De onderneming waarin de FPIM overweegt te investeren, zal gevraagd worden een volledig dossier voor te bereiden, waarbij in elk geval volgende punten gepreciseerd worden:

  • voorstelling van de onderneming, van haar vennoten en van haar leidinggevenden;
  • financieel plan over vijf jaar en specifieke commentaren op de wijze waarop de economische criteria zullen tegemoet gekomen worden;
  • manier waarop de onderneming de maatschappelijke aspecten in beschouwing neemt;
  • organisatie van de corporate governance en toelichting omtrent de eigenheden van de onderneming die het eventuele afwijken van bepaalde principes of het aanpassen van de toepassing ervan rechtvaardigen.

Dit dossier wordt voorbereid in zes exemplaren en overhandigd aan de afgevaardigd bestuurder van de FPIM, waarna het strategisch comité van de FPIM een advies zal formuleren over het dossier. De uiteindelijke beslissing ligt bij de raad van Bestuur.

 

Noch het Charter, noch deze mededeling, scheppen in hoofde van de FPIM, van haar bestuurders of van haar kaderleden, bijkomende juridische verplichtingen ten opzichte van deze die voortvloeien uit de wettelijke teksten van toepassing en ze kunnen evenmin in die zin worden geïnterpreteerd.